Tulpenselecteur Bert Timmer:

“Een spits blad kan wijzen op een virus

Op het bollenveld in Elp speuren tulpenselecteurs begin mei naar een te spits blad of naar een kleine verkleuring in het blad of de bloem. Vanaf eind maart tot eind mei zijn ze in de bollenvelden aan het werk. Abeos-medewerker Bert Timmer is één van hen. Hij stuurt een groep van dertien Poolse dames aan.

“Onze taak is alle aangetaste tulpen te vinden. Bij elk ras zijn de afwijkingen anders. Daarom leg ik uit waar ze op moeten letten. De medewerkers spreken niet allemaal Engels, dus ik laat voorbeelden zien. We controleren in tweetallen een bed van 1,80 meter breed. Zodra we een virusplant ontdekken, spuiten we die dood met een kleine handspuit. Ik check of het goed gaat. Regelmatig krijgen we controle van keurmeesters.”

“Als de bloemen zijn gekopt, gaan we op zoek naar dieven”

Timmer is bijzonder ervaren in het selectiewerk. Hij doet het al jaren in het voorjaar, naast onder meer melken en aardappelselectie. “Het is mooi werk. Je moet een goed oog hebben voor het gewas. Gisteren was het een heerlijke dag, maar eind maart en april waren allemachtig koud. Dat betekende handschoenen en dikke kleren aan. We lopen maar langzaam, omdat we zorgvuldig werken.”

Hilberts Bloembollen uit Beilen is één van Timmers vaste adressen. “Het bedrijf is puur gericht op de export. Het teelt 50 hectare tulpen. De bollenvelden liggen onder meer in Elp, Westerbork en Zwiggelte. De voortgang van het selectiewerk bespreek ik regelmatig met Harrie Westerhof, de vaste medewerker bij Martin Hilberts.”

Zodra de eerste ronde op virussen is gedaan, volgt nog een tweede en soms zelfs een derde. “Als de bloemen zijn gekopt, gaan we op zoek naar dieven, met bijbollen. Die steken we eruit. Alles is erop gericht op topkwaliteit bollen te leveren.”